Winter 1853 in Nederland

Op deze pagina wordt een overzicht van winter 1852/53 in Nederland weergegeven met een temperatuurgrafiek, een grafiek van het koudegetal (Hellmanngetal) van Nederland, en een tabel met de koudegetallen van alle weerstations. De gegevens zijn gebaseerd op de metingen van alle KNMI weerstations in Nederland, zodat een goed beeld onstaat van de temperaturen en het koudegetal van heel Nederland. De gegevens gaan over winterperiode november 1852 t/m maart 1853 en deels ook over de overgangsmaanden tussen zomer en winter: oktober en april.


Grafiek temperatuurverloop, Nederland, winter 1853


Deze grafiek van winter 1852-1853 is gebaseerd op de temperaturen van alle KNMI weerstations. In de grafiek zijn Tmax en Tmin per dag de hoogste en laagste waarden van alle stations. Tgem is per dag het gemiddelde van de gemiddelde temperaturen van alle stations.

Temperatuurverloop, Nederland, winter 1853


Grafiek koudegetal, Nederland, winter 1853

Hieronder een grafiek met de koude-dagen (Tg > 0) en behaalde dagscore, en een grafiek van het opgebouwde koudegetal (cumulatief). Deze grafiek voor Nederland is gebaseerd op de laagste gemiddelde temperatuur (Tg) per dag van alle KNMI stations in Nederland.

Hellmann koudegetal, Nederland, winter 1853


Eindstand koudegetal 1853 van Nederland: 128,0

Aantal hellmann koude-dagen: 42


Ranglijst koudegetal alle stations Nederland winter 1853

Hieronder het koudegetal van alle KNMI weerstations in Nederland in winter 1853. Behalve het totale koudegetal van de winter, wordt ook de koudegetal-score per maand weergegeven. Tevens staat onderaan het koudegetal voor heel Nederland (dagscore = laagste Tg van alle stations) en de gemiddelde score van alle stations. De hoogste scores per maand en in totaal zijn blauw en vetgedrukt weergegeven.


Winter 1853
Koudegetal
Rang
Weerstation
Totaal
okt.
nov.
dec.
jan.
feb.
maart
april
 
 
 
1
GRONINGEN
98,4
0,6
2,5
51,2
44,2
2
UTRECHT
89,1
0,9
0,6
44,3
43,3
3
MAASTRICHT
76,2
30,1
46,1
4
ZWANENBURG
63,9
36,8
27,1
5
DEN HELDER
46,1
24,5
21,7
NEDERLAND
128,0
0,6
2,5
0,6
64,2
60,2
GEMIDDELD
74,7
0,1
0,7
0,1
37,4
36,5
HELLMANNDAGEN
42
1
1
2
21
17


Bijzonderheden van winter 1853

De winter van 1852-1853 is een zeldzaam voorbeeld van een winter die van november t/m januari zeer zacht verliep en dan pas vanaf de 2e decade van februari Ún in maart alsnog behoorlijk koud werd. Bovendien werd het in de 2e helft van maart zelfs recordkoud voor eind maart.

Recordzacht begin

Van november tot de 3e decade van januari was er nauwelijks sprake van vorst, de temperatuur lag ook 's nachts meestal ruim boven het vriespunt. Vooral december 1852 was erg zacht met gemiddeld 7,2 graden en daarmee op december 1975 na de zachte decembermaand sinds 1706.

Het gemiddelde van november en december 1852 gezamenlijk is zelfs het hoogste van alle jaren sinds 1706, en het gemiddelde van de maanden november, december en januari van winter 1853 gezamenlijk wordt slechts overtroffen door de recordzachte winter van 2007. Dit uiterste zachte begin maakt het des te bijzonder dat de winter van 1853 eind maart recordkoud was.

In februari alsnog koud

Na een lange aarzelende aanloop vanaf eind januari met slechts wat lichte nachtvorst, kwam er dan eindelijk van 11 februari t/m 4 maart 1853 een vorstperiode van 3 weken met voor Utrecht een geschatte koudegetal van 57 punten. Te Groningen werd het hoogste koudegetal gescoord van 63,7 in een vorstperiode van 22 aaneengesloten Hellmanndagen van 11 februari t/m 4 maart 1853.

Recordkoud einde

Vervolgens kwam er nog een tweede vorstperiode van 16 t/m 28 maart met een geschatte hellmannscore voor Utrecht van 30 punten. Het weerstation te Maastricht scoorde eind maart de hoogste hellmannscore: van 17 t/m 28 maart 1853 waren er 12 aaneengesloten hellmanndagen, waarvan vooral de eerste 4 dagen erg koud waren. Op 17 maart was het maximum slechts -4,0 graden! Het leverde een vorstperiode op met een Hellmann koudegetal van 33,7 punten.

Hierdoor moet het zelfs eind maart waarschijnlijk nog mogelijk zijn geweest om te schaatsen. Zo kreeg de winter van 1853, na een superzacht begin, toch een fraai winters staartje!

De gemiddelde temperatuur in maart 1853 was slechts 0,0 °C. Dat is op 3 na de koudste maart sinds 1706. Bovendien had maart 1853 van de afgelopen eeuwen waarschijnlijk de koudste 2e helft van maart, de koudste 3e decade van maart, en de laatste vorstperiode in het winterseizoen.

Bij het weerstation te Groningen was de derde decade van maart 1853 het koudst met Tg = -0,3 graden en een Hellmann koudegetal van 14 punten.


Uitleg over het koudegetal

Het koudegetal van Hellmann, ook vaak Hellmanngetal genoemd naar de bedenker, is één van de beste graadmeters van de strengheid van een winter. Alleen dagen met een gemiddelde temperatuur onder het vriespunt tellen hiervoor mee en hoe lager dit gemiddelde, hoe hoger de dagscore. Alle dagscores van deze hellmanndagen vormen samen het totale koudegetal van de winter.

Het koudegetal of wintergetal is een maat voor de koude in het tijdvak van 1 november tot en met 31 maart. Het wordt verkregen door over dit tijdvak alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt bij elkaar op te tellen met weglating van het minteken. Een koude-dag of hellmanndag is als zodanig te definiëren als een dag met Tg < 0 °C (gemiddelde temperatuur onder nul). Het getal van Hellmann geeft een goede indruk van de hoeveelheid kou in een winter en geeft de mogelijkheid van een tussentijdse balans van de kou.

Niet alleen het totale koudegetal van de winter is van belang, maar óók het koudegetal dat wordt behaald per hellmannperiode (periode met één of meerdere aaneengesloten hellmanndagen). Dit geeft onder meer een indicatie van de mogelijkheden tot schaatsen tijdens vorstperioden. Hierbij geldt tevens dat hoe meer geconcentreerd de kou is, hoe beter dit is voor de ijsaangroei.

De twee weerstations Leeuwarden en Stavoren staan nabij de route van de Elfstedentocht in Friesland. Ter indicatie: voor een Elfstedentocht moeten er minstens zo'n 80 hellmannpunten in 14 dagen worden gescoord. Onder slechte omstandigheden, zoals sneeuw op het ijs, zal dat aantal toenemen. Er spelen vele factoren een rol, maar de eerste voorwaarde is uiteraard flinke kou.

NB: het koudegetal van Nederland, zoals hier berekend, is geen officiële methode.


Betekenis van begrippen

Vorstdag: Tn < 0 °C (minimumtemperatuur lager dan 0 °C)
Koude-dag of Hellmanndag: Tg < 0 °C (gemiddelde temperatuur lager dan 0 °C)
IJsdag: Tx < 0 °C (maximumtemperatuur lager dan 0 °C)
Lichte vorst: -5,1 < T < 0 °C (temperatuur van -0,1 °C t/m -5,0 °C)
Matige vorst: -10,1 < T < -5 °C (temperatuur van -5,1 °C t/m -10,0 °C)
Strenge vorst: -15,1 < T < -10 °C (temperatuur van -10,1 °C t/m -15,0 °C)
Zeer strenge vorst: T < -15 °C (temperatuur lager dan -15,0 °C)
Vorstperiode: reeks van minstens 5 aaneengesloten hellmanndagen met totale score van het Hellmann koudegetal van minstens 16 punten.
Koudegolf: reeks van minstens 5 aaneengesloten ijsdagen waarvan op 3 dagen de minimumtemperatuur lager is dan -10,0 graden (strenge vorst).


Bron van gegevens

De temperatuurgegevens die gebruikt zijn voor de informatie en grafieken op deze pagina zijn afkomstig van het KNMI.